Wet- & regelgeving

Wet & regelgeving
 

In Nederland dienen alle werkgevers op grond van de Arbowet- en regelgeving te beschikken over een bedrijfsnoodplan, waarin voor werknemers wordt aangegeven hoe het bedrijf omgaat met noodsituaties en de gevolgen hiervan. De arbeidsinspectie is op grond van de Arbowet verantwoordelijk voor het inspecteren en beoordelen van de bedrijfsnoodplannen.

In de industrie zijn de risico's op noodsituaties groter dan in het normale bedrijfsleven. Derhalve liggen er voor diverse branches zwaardere regels en controles aan de bedrijfsvoering ten grondslag. De wet- en regelgeving is echter zeer complex, waarbij men ook nog met verschillende lokale, regionale- en landelijke overheden te maken kan hebben.

Bosch Security Projects denkt vanuit zijn kennis, kunde en expertise graag mee met uw uitdagingen op gebied van risicomanagement.

Lees ook ons eerder gepubliceerde artikel over wet- & regelgeving

 
 

Europese Seveso II-richtlijn | BRZO

In de Europese Seveso II-richtlijn wordt ingegaan op het beheersen van de risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen. Hierin zijn eisen opgenomen met betrekking tot noodplannen, die op een aantal punten verder gaan dan de Arbowet- en regelgeving. In Nederland zijn de verplichtingen uit de Seveso II-richtlijn opgenomen in het 'Besluit Risico’s Zware Ongevallen' (BRZO 2015), waarin ondermeer is opgenomen dat het interne noodplan een verplichting is voor bedrijven, die op basis van de hoeveelheden gevaarlijke stoffen een veiligheidsrapport (VR) moeten opstellen.

Het interne noodplan moet ondermeer gericht zijn op het beperken en beheersen van zware ongevallen en bescherming van werknemers, burgers en milieu. Het noodplan moet ten minste éénmaal per drie jaar worden geëvalueerd. Daarnaast moet ook afstemming plaatsvinden tussen het interne noodplan (maatregelen die het bedrijf moet nemen) en het rampenbestrijdingsplan, dat wordt opgesteld door de burgemeester.

In het document “werkwijzer BRZO” dat in 2006 is uitgegeven door het ministerie van VROM, is een toelichting op dit besluit opgenomen. Ook in de publicatiereeks 'gevaarlijke stoffen, nr. 6 (PGS 6) van het ministerie van VROM wordt een overzicht gegeven van de relevante wet- en regelgeving betreffende het BRZO. Begin 2010 is de wet veiligheidsregio’s (WVR) en het besluit veiligheidregio’s (BVR) van kracht geworden.

 

De rol van de gemeente

De wet 'rampen en zware ongevallen' verplicht de gemeente een rampenplan (plan crisismanagement) vast te stellen voor het gehele gebied van de gemeente. Het plan is te karakteriseren als een organisatieoverzicht en een waarschuwings- en afsprakenschema met betrekking tot het optreden bij (dreigende) rampsituaties. Het plan is daardoor de neerslag van het gemeentelijke beleid inzake de gecoördineerde bestrijding van grootschalige incidenten, crises, calamiteiten, zware ongevallen en rampen dan wel de dreiging hiervan.

Bestrijding van rampen en zware ongevallen of grootschalige hulpverlening betekent optreden in een situatie waarin snel handelen vereist is vanwege de acute bedreiging van leven, gezondheid, goederen of leefomgeving. Tegelijkertijd is meestal sprake van grote onduidelijkheid en onzekerheid over de aard van het voorval, de ernst van het gevaar en de beste wijze van aanpak. Het gegeven dat elke seconde telt, kan een bedreiging zijn voor de kwaliteit van de besluitvorming, indien betrokkenen niet goed voorbereid en niet goed geoefend zijn.

Adequaat crisismanagement vereist, vanaf een zo vroeg mogelijk stadium, continue informatievoorziening en advisering van de burgemeester over wat zich afspeelt of dreigt af te spelen. Bestrijding van rampen en zware ongevallen kan alleen werken, als zo eenvoudig mogelijke principes worden toegepast, die het dagelijkse functioneren van de betrokken besturen en diensten als uitgangspunt hebben.

 

De rol van de verschillende overheidsinstanties

Bij het toezichthouden zijn alle (overheids)instanties betrokken die verantwoordelijkheden hebben op gebied van toezicht op arbo, milieu, water en veiligheidswetgeving bij de betreffende bedrijven.

Dit zijn onder andere:
• Inspectie SZW (voor BRZO, ARIE, REACH en arbeidsomstandigheden)
• Veiligheidsregio's (BRZO, Wet op de veiligheidsregio's)
• Gemeenten (BRZO en Wet milieubeheer)
• Provincies (BRZO en Wet milieubeheer)
• Inspectie Leefomgeving en Transport (Wet milieubeheer, REACH, vervoer gevaarlijke stoffen)
• Rijkswaterstaat (Waterwet en BRZO)
• Waterschappen (Waterwet en BRZO)
• Nederlandse Emissie-autoriteit (CO2 en NOx emissiehandel)
• Havenbedrijf

 

De brandweer BRZO

Sinds begin 2007 is het Landelijk ExpertiseCentrum brandweer BRZO (LEC brandweer BRZO) actief. Het LEC brandweer BRZO is een samenwerkingsverband tussen infopunt veiligheid van het IFV en de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR).

De doelstelling van het LEC brandweer BRZO is ervoor te zorgen dat kwaliteit van de uitvoering van de BRZO-taken van de brandweer op een hoger peil wordt gebracht door kennis te bundelen en deze toegankelijker te maken. Het brandweer BRZO geldt voor alle veiligheidregio's. In deze regio's wordt de uitvoering van het BRZO door de brandweer georganiseerd. Daarnaast vertegenwoordigt het LEC Brandweer BRZO de brandweerregio's naar externe partijen, zoals het Landelijk AfstemmingsTeam BRZO en de brandweer Nederland.

 

Besluit Risico’s Zware Ongevallen | ARIE

De doelstelling van het BRZO richt zich op het voorkomen van ongevallen en het beheersen van ongevallen wanneer die zich toch voordoen. Op het gebied van arbeidsveiligheid bestaat daarnaast de zogenaamde ARIE-regeling, die is opgenomen in het Arbobesluit. De ARIE-regeling is feitelijk een aanvullende risicoInventarisatie en -evaluatie met betrekking tot de risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen en kent vergelijkbare verplichtingen als het BRZO.

Het BRZO integreert wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsveiligheid, externe veiligheid en rampbestrijding in één juridisch kader. BRZO zet uiteen wie het bevoegde toezichthoudende en handhavende gezag is, welke vergunningen belangrijk zijn, welke regels gelden, welke maatregelen BRZO-bedrijven moeten treffen en wanneer er sancties plaatsvinden.

Het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) maakt onderscheid tussen twee soorten bedrijven: bedrijven in een "lichte" categorie bedrijven, aangeduid als PBZO-bedrijf en bedrijven in een "zware" categorie, aangeduid als VR-bedrijf.

Een PBZO-bedrijf moet een preventiebeleid zware ongevallen opstellen, een veiligheidsbeheerssysteem (VBS) invoeren en een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uitvoeren. Daarnaast moeten PBZO-bedrijven een kennisgeving artikel 26 BRZO indienen bij het bevoegd gezag. In deze kennisgeving zijn gegevens opgenomen over de hoeveelheden en categorieën van gevaarlijke stoffen binnen het bedrijf. Een PBZO-bedrijf hoeft geen veiligheidsrapport op te stellen. Dit geldt wel voor de VR-bedrijven. Waar een BRZO-bedrijf toe behoort, is afhankelijk van de afgegeven vergunning en niet van de werkelijke hoeveelheden gevaarlijke stoffen.

Handhaving en controle op de BRZO en ARIE worden uitgevoerd namens Major Hazard Control (MHC), middels preventieve inspecties, onderzoek bij zware ongevallen en het participeren in opsporingsonderzoeken.

 

Gecoördineerde regionale incidentbestrijdingsprocedure (GRIP)

Bij een groot incident met mogelijk directe gevolgen voor de omgeving (bijvoorbeeld een brand in een chemische fabriek), is het van belang dat alle hulpdiensten zo goed mogelijk samenwerken. Hiervoor is de GRIP opgesteld. De GRIP is een werkwijze die bepaalt hoe de samenwerking verloopt tussen alle hulpdiensten.

De GRIP kent 6 fases, afhankelijk van de grootte van het incident. De laatste twee fases, GRIP 5 en GRIP RIJK hebben tot op heden gelukkig nog geen incidenten gekend.

Een GRIP-niveau wordt meestal gestart door een leidinggevende van één van de hulpdiensten. De sirene gaat af wanneer één van de hulpdiensten dat noodzakelijk vindt. GRIP wordt niet alleen ingesteld bij incidenten bij bedrijven, maar ook bij incidenten met het openbaar vervoer, branden in woonwijken en dergelijke.

De 6 fases zijn:

  • GRIP 1 betreft een Incident van beperkte afmetingen en kan bij de bron bestreden worden.
  • GRIP 2 betreft een incident met een duidelijke uitstraling naar de omgeving toe. Niet alleen de bron, maar ook de gevolgen voor de omgeving moeten bestreden worden.
  • GRIP 3 betreft een incident waarbij het welzijn van (grote groepen van) de bevolking binnen één gemeente in gevaar komt. Het opschalen of afkondigen van GRIP 3 betekent dat het gemeentelijke bestuur betrokken wordt bij de bestrijding van de crisis.
  • GRIP 4 betreft een gemeentegrensoverschrijdend incident en mogelijk zelfs een overschrijding van de regio- of provinciegrens.
  • Grip 5 is vergelijkbaar met Grip 4 en betreft een incident dat meerdere veiligheidsregio's betreft.
  • Grip RIJK wordt afgekondigd als aansturing vanuit het rijk noodzakelijk is, er een sectoroverschrijdende crisis plaatsvindt of de nationale veiligheid in het geding is.
 

Landelijke Aanpak Toezicht Risicobeheersing Bedrijven

Het landelijk programma Landelijke Aanpak Toezicht Risicobeheersing Bedrijven (LAT RB) vloeit voort uit een organisatorische en inhoudelijke samensmelting van de activiteiten van LAT-BRZO en VT Chemie. Het programma richt zich op de verbetering van het toezicht op de zogenaamde ‘majeure' risicobedrijven. Deze benaming brengt tot uitdrukking dat de activiteiten van dit type bedrijven dermate risicovol zijn, dat een uitstekende performance in de beheersing hiervan noodzakelijk is. De ambitie is te komen tot een optimale risicobeheersing bij bedrijven op het gebied van veiligheid, arbo, milieu en water. Om de ambitie waar te maken zorgt de LAT RB voor landelijke coördinatie en regie en voor de ontwikkeling van instrumenten ten behoeve van uniformiteit in de uitvoering.